home 

 diensten    zomer- en winterprogramma    muziek   contact  

Pelgrimskerk Pelgrimskerk Pelgrimskerk



r

Dr. Harmen U. de Vries (1958) studeerde theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij was als geestelijk verzorger verbonden aan verschillende zorginstellingen en als predikant aan meerdere gemeentes. Sinds juli 2010 is hij als wijkpredikant in dienst van de Protestantse Gemeente te Amstelveen-Buitenveldert, met als standplaats de Pelgrimskerk. Hij promoveerde in 2006 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op een proefschrift over de dienst der genezing. Hij schreef artikelen in verschillende tijdschriften en is auteur van enkele boeken

 

De Liturgie van 05-02-2012 staat HIER

 

Preek van ds. S.L. Lanser, Pelgrimskerk op 29 januari 2012.

 

Schriftlezingen: Deuteronomium 18: 15-20,   Marcus 1: 21-28

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Waar vind je zo iemand: een mens bezeten door een onreine geest ? Op een tippelzone voor prostituees? In een opvangcentrum voor drugsverslaafden? In een slaaphuis voor dak- en thuislozen? In een sexclub? Is het zo iemand als Willem Holleeder of als die jongen die een meisje in Arnhem doodstak? Of een fraudeur met vastgoed of een bankier met vette bonussen op de Zuidas?

Of hoort het begrip onreine geest thuis in een tijd die inmiddels ver achter ons ligt, een tijd waarin onze medische wetenschap nog niet bestond? Past dat niet beter in de tijd, dat Buitenveldert nog niet eens bestond?

Ik ben bang dat het evangelieverhaal een andere weg wijst. Een ongemakkelijker weg.

Vertaald naar deze tijd lezen we in Marcus 1: Ze gingen op weg naar Buitenveldert, en op de eerstvolgende zondag ging Jezus naar de Pelgrimskerk en onderwees er de mensen. (…) Er was in de kerk ook een man die bezeten was door een onreine geest.

In de kerk ontmoeten we een mens met een onreine geest, in ons eigen midden. Nou ja, denken we wellicht, ’t is een vreemd’ling zeker, die verdwaald is zeker…

Nou, dat is nog maar de vraag. Het lijkt een gelovige man, orthodox, misschien heeft hij de belijdenisgeschriften nog wel ondertekend. Hij weet in ieder geval terdege met wie hij te maken heeft: Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? … Ik weet wel, wie jij bent: de heilige van God.

 

Een onreine geest . In die tijd vielen onder dergelijke begrippen waarschijnlijk allerlei ziektes die wij tegenwoordig benoemen met verschillende termen uit de psychologie en de psychiatrie. Toch is de benaming veelzeggend. Het mythologisch aandoende onreine geest vertelt van een heel realistisch levensbesef: mensen staan onder machten – je zou wel anders willen, maar je kunt niet.

Een man met een onreine geest. Letterlijk staat er in het Grieks: een man in een onreine geest, niet: met een onreine geest. Je kunt zeggen: Ik wandel met mijn hondje. Maar je zegt niet: Ik wandel met een onreine geest. Het is juist omgekeerd: die gaat met mij op de loop. Hij heeft me ingekapseld, ik ben gevangen, ik kan er niet meer uit. Dat kun je ook zo hebben in een nachtmerrie, je zit er in, je kunt niet weg, je bent bezet, bezeten, je bent jezelf niet meer.

Ook al spreken we vandaag de dag niet meer over een onreine geest, we kennen nog wel de zuigkracht van kapotmakende machten, weten hoe mensen bezeten kunnen raken. Hoe onder het Derde Rijk een beschaafd volk met een hoogstaande cultuur in de greep kon raken van een demonische, waanzinnige ideologie. In het dagblad ‘Trouw’ van gisteren stond een interview met de Brits-Poolse socioloog Zygmunt Bauman, die in ons land was voor de Holocaust Memorial Day. Hij houdt ons een spiegel voor: ‘De uitroeiing van de joden was geen terugval in oude barbaarsheid, maar het toppunt van moderniteit. De les is: voor monsterlijke daden heb je geen monsters nodig.’ In dezelfde krant stond de tekst van een lezing van Christopher Browning, eveneens naar aanleiding van de Holocaust Memorial Day, over hoe gewone mensen willige beulen kunnen worden, brave huisvaders massamoordenaars. Kijk maar om je heen. Hoe mensen die jarenlang harmonieus als buren samenleefden elkaar gingen afslachten: Kroaten, Serviërs, moslims in voormalig Joegoslavië; Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda en Burundi; christenen en moslims op de Molukken, Soennieten en Sjiïeten in Irak. Hoe mensen in de ban raken van religieus fundamentalisme. Hoe mensen meegesleept worden door de retoriek jegens moslims of asielzoekers. Of neem de smerige campagnes in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Je kunt Jezus Christus belijden als de heilige van God en door een onreine geest bezeten zijn.

Maar ook in het klein. Kijk maar naar verslaving : je bent slaaf van iets geworden, je bent bezeten, bezet gebied. Alcohol en andere drugs zijn de meest sprekenden en meest extreme voorbeelden. Maar je kunt ook verslaafd zijn aan je werk, aan geld verdienen, aan consumeren, aan status, aan je hobby, aan seks, aan je kerkgebouw, aan een onmisbaarheids- en belangrijkheidssyndroom. Of ook aan je ziekte of aan je rouw: zie je wel hoe zielig ik ben of hoe flink ik mijn lot draag. Of aan je wrok of aan je schuldgevoelens of aan je idee van minderwaardigheid, je negatieve zelfbeeld: ik ben de grootste minkukel die hier op aarde rondloopt.

Leven met een onreine geest kan vertrouwd zijn geworden. Ziektewinst heet dat in de psychologie. Wanneer ik het oude vertrouwde, waaraan ik mij heb vastgeklampt, moet loslaten, kan ik bang en onzeker worden. Een mens bezeten door een onreine geest, in ons eigen midden, in de Pelgrimskerk, tot op de kansel toe. Hoe kunnen we onze bezetenheden, onze verslavingen, onze angsten koesteren en ons verzetten tegen verandering. Onze belijdenis is perfect: ik weet wel wie je bent: de heilige van God , maar tegelijk roepen we uit: ben je gekomen om ons te vernietigen? Het is wel mooi dat de heilige van God, de messias, gekomen is, maar het moet niet teveel consequenties hebben voor ons dagelijkse doen en laten.

 

Een paar minuten geleden zei ik, dat het begrip onreine geest mythologisch klinkt. De boodschap van alle mythe is eigenlijk: de dingen zijn zoals ze zijn. Daar is nu eenmaal niets aan te doen. Zo zit de wereld in elkaar. Rijken zijn nu eenmaal rijk en armen arm. Je zou wel anders willen, maar het is niet anders. Leg je daar nu maar bij neer.

De mens met de onreine geest wordt in de synagoge tot spreekbuis van deze machten: Wat hebben wij met jou te maken? Niets toch? Het gezag van de goede God geldt toch eigenlijk niet in deze wereld van kwade machten?

Maar moeten degenen die zojuist in de synagoge uit Tora en Profeten hebben horen voorlezen zich daar nu maar bij neerleggen? Moeten wij die hier in de Pelgrimskerk uit het evangelie hebben horen voorlezen ons daar maar bij neerleggen?

Moeten wij maar accepteren dat crises als de economische crisis of de voedselcrisis of de klimaatcrisis onvermijdelijk zijn en dat wij mensen machteloos zijn? Moeten wij maar accepteren dat mensenrechten geschonden worden in de strijd tegen terreur? Moeten wij maar meeroepen in het koor van stemmen dat zegt dat Nederland vol is, dat we de grenzen moeten sluiten en onze welvaart veilig stellen, dat je nu eenmaal niet kunt blijven delen…?

Of valt op gezag van Jezus wat anders te leren?

 

In Jezus’ leren met gezag wordt de ontmenselijkende machteloosheid waar de onreine geest voor staat, doorbroken. In Jezus’ leer wordt de tegenstem van de onreine geest, de stem van de mythe, de boodschap van berusting in het-is-nu-eenmaal-zo, hoe vroom verwoord ook, het zwijgen opgelegd. Jezus laat zien waar het God van meet af aan om begonnen is: bevrijding van de mens, dat de mens werkelijk zal leven, vrijuit en rechtop, zoals God hem of haar heeft bedoeld, vrij in je persoonlijk leven, vrij om God en je naaste te dienen.

De mens is bezet gebied. Deze wereld is een bezeten wereld. Maar juist daarom is de heilige van God gekomen.

Gemeente, het is prachtig dat Marcus dit verhaal meteen vertelt in hoofdstuk 1, bij het begin van Jezus’ openbare optreden. Er is daar rond die heilige van God een heilige oorlog gevoerd – niet van fundamentalistische strijders tegen een decadente samenleving; niet van een supermacht tegen terroristen en een as van het kwaad – maar de enige oorlog die “heilig” genoemd mag worden: want aan wie zal de mens toebehoren, door wie zal hij bezeten zijn, door een onreine geest of door de heilige geest? Zal hij in de demon zijn of in Christus? En Marcus is als het ware de oorlogscorrespondent en hij neemt ons onmiddellijk mee naar het strijdtoneel. Tevoren heeft hij ons verteld hoe Jezus zich liet dopen en hoe hij de hemel open zag en een stem hoorde: Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde.

Jezus, die zich zo Gods geliefde kind wist, kon het niet aanzien, als hij een mens zag, eveneens door God bemind en tot geluk geschapen, maar gevangen in zijn angsten, vervreemd van zichzelf en innerlijk verscheurd. Onze God is toch als een liefhebbende Vader? Hij houdt toch van ons? De onreine geest wordt het zwijgen opgelegd.

Zo treedt Jezus met zijn ongehoorde woord van vrijheid de wereld van Kafarnaüm binnen, op de sabbat – dag bij uitstek om de vrijheid te vieren, teken van God aan ieder mensenkind, teken dat naar de toekomst wijst, het koningschap van God, wanneer alles goed zal zijn, geen tranen meer, geen bitterheid, de demonie voorbij.

 

De man met de onreine geest was nogal een schreeuwerd. Ik moest onwillekeurig aan de ‘Damschreeuwer’ denken, bij de 4 mei-herdenking van twee jaar geleden. Hij schreeuwde luid, lezen we, ging nogal tekeer tegen Jezus. En later gaat de onreine geest onder veel geschreeuw uit de man weg. Schreeuwers hebben vaak maar kleine hartjes, wie het geduld heeft om het getier te laten betijen, vindt vaak een zielig hoopje mens. Robert Long zong in één van zijn liedjes: De allergrootste schreeuwers zijn dikwijls het bangst.

Ik hoop, lieve mensen, dat we een kerkgemeenschap , een geloofsgemeenschap kunnen zijn, waar ook schreeuwende mensen tot hun recht mogen komen, waar we onder het schreeuwen en vloeken ook de kreet om hulp horen, de worsteling met God en met zichzelf, het verlangen naar rust van een bang hart. Dat de kerk een plaats mag zijn waar iemand schreeuwend binnenkomt en waar begrepen wordt wat er aan de hand is. Dat de schreeuw vertolkt zal worden in een “Kyrie eleison” van de gemeente, een “Heer ontferm U” over een wereld en over mensen die bezet gebied zijn. Dat een ziek mens bij ons een genezende medemens vindt, een luisterend oor en een liefderijk hart, grote mensenkennis en onvoorwaardelijke acceptatie: jij bent een kind, door God bemind en tot geluk geschapen – dan kun je het zien gebeuren, hoe stukje bij beetje onreine geesten stuiptrekkend en onder veel geschreeuw na veel innerlijke strijd het veld ruimen. Dit soort genezingen zijn natuurlijk meestal het gevolg van een lang proces, want een mens kan eindeloos heen en weer geslingerd worden tussen angst en verlangen. Marcus schrijft met haast, maar het is niet waarschijnlijk dat alles wat door hem beschreven wordt, zich met dezelfde haast heeft voltrokken. Maar iedereen is wel verbijsterd en vraagt zich af wat dit toch is.

Een nieuwe leer. Een nieuwe leer met gezag! Hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden. Hun leer is niet genezend, niet heilzaam. Dit en dat moet je geloven, zus en zo moet je leven, anders kunnen we je niet aanvaarden als broeder, als zuster. Jezus aanvaardt mensen onvoorwaardelijk en juist zo moeten de demonen wijken.

De schriftgeleerden hebben het óver God, maar Jezus spreekt vanúit God. Hij spreekt vanuit een diepe toewijding aan God en de mensen. Je móet niet naar hem luisteren, je wílt het, uit jezelf. Sterker nog: je kunt niet anders. Het overrompelt je. je bent er met huid en haar bij betrokken. Je eigen leven staat op het spel.

‘Jezus van Nazaret, wat heb ik met jou te maken?’ Alles.

Amen.

 

 

TERUG

 links    tijdschriften/folders    verhuur    veel gestelde vragen  

Alfa Omega